gewoonwilly.nl
Lifestyle

Aanzien en levensduur

Als het hebben van vrienden, zoals u in het vorige hoofdstuk heeft kunnen lezen, al goed voor de duur van het leven is, aanzien, sociale status, roem en macht zijn nog belangrijker. En niet alleen voor uzelf, maar ook voor uw kinderen. Elke maatschappij, of we het nu leuk vinden of niet, kent een sociale hiërarchie. In sommige landen is deze meer uitgesproken dan in andere, maar aanwezig is ze overal. En in elke maatschappij leven de personen bovenin die sociale piramide langer, beter en prettiger dan in de massa aan de basis van dit sociale bouwsel. Toch is de invloed van sociale status en aanzien op het brein – en andersom – nauwelijks bestudeerd. Maar wat we ervan weten, maakt duidelijk dat status en onze hersenen nauw met elkaar verbonden zijn. 

gewoonwilly.nl

De definities van maatschappelijke status lopen nogal uiteen. Toch zijn de meeste wetenschappers het erover eens dat het begrip economische welvaart, opleidingsniveau en beroep bevat. Sociale status is, als gezegd, gekoppeld aan onze levensduur. Hoe hoger het niveau op de sociale ladder, des te langer we leven. Al in 1994 verscheen een publicatie die een dergelijke relatie aantoonde op basis van een samenvatting van talloze eerder verrichtte studies: het risico om te overlijden is voor mensen met de hoogste sociale status – gecorrigeerd voor leeftijd natuurlijk – de helft in vergelijk tot de groep onderaan de statuspiramide. En dit effect blijft heus niet beperkt tot de armere landen in de wereld. Een buitengewoon overtuigend voorbeeld komt uit het Verenigd Koninkrijk uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, waar gedurende een periode van tien jaar meer dan 17.000 Britse ambtenaren werden gevolgd. Het is niet moeilijk binnen een dergelijk welomschreven ambtelijke hiërarchie de sociale status van ieder individu te bepalen. Dat deden de onderzoekers dan ook en zij koppelden die positie vervolgens aan het risico om te overlijden; gecorrigeerd voor leeftijd bleek het risico om te sterven voor de toplaag in de ambtelijke hiërarchie meer dan de helft lager te zijn dan voor de ambtenaren onderaan de totempaal. En dat terwijl ze allen verzekerd waren van een inkomen, een redelijke baan en wellicht ook – althans toen nog – enig aanzien en respect. Hoewel het theoretisch mogelijk is dat het langere leven niets met de sociale status zelf, maar met andere eraan gerelateerde factoren zoals intelligentie, lichaamslengte en medische zorg te maken heeft, kunnen die aspecten, zo is uitgerekend, het effect van status op levensduur niet afdoende verklaren. Met andere woorden, het effect van aanzien op levensduur is niet eenvoudig een gevolg van meer geld of betere leefomstandigheden. 

Afgezien van het effect van sociale status op onze levensduur heeft aanzien grote – en evidente – gevolgen voor de kinderen die in een bepaalde sociale klasse opgroeien. Hoe lager de positie van de ouders in de maatschappij des te geringer het taalbegrip, kortetermijngeheugen en andere cognitieve kenmerken van hun kinderen. En ook hier blijkt de relatie eenduidig: hoe hoger de sociale status, des te beter de hersenfuncties bij de kinderen. De verklaring ligt voor de hand: een hogere status leidt tot betere scholing, meer cognitieve stimulatie en wellicht gezondere voeding en een geringere mate van stress, alle factoren die van belang zijn voor de ontwikkeling van een kinderbrein. Inderdaad blijkt uit een recente Amerikaanse studie dat de hippocampus – de hersenkern verantwoordelijk voor het opnemen van nieuwe informatie – van kinderen uit een lagere sociale klasse kleiner was dan die van kinderen die opgroeiden in gezinnen bovenin de sociale piramide. Het is de hippocampus, zoals u elders in dit boekje heeft kunnen lezen, die bij uitstek gevoelig is voor de effecten van stress. Is de kleinere hippocampus van deze kinderen een gevolg van het feit dat ze opgroeiden in een lagere sociale klasse, met minder mogelijkheden zich te ontwikkelen? Heeft de hippocampus minder kans gehad te groeien vanwege de stress van het leven onderaan de sociale statuspiramide? Het antwoord op die vraag kennen we nog niet, maar dat maatschappelijk aanzien effecten heeft op het brein – en andersom – is onmiskenbaar. En daarbij gaat het misschien nog niet eens zozeer om de feiten, maar om de perceptie of er sprake is van aanzien of juist het ontbreken ervan. 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *