gewoonwilly.nl
Lifestyle

Waar videospelletjes goed voor zijn

Zeggen de namen Grand Theft Auto3, Half-Life, Super Mario Cart, Spider-Man, Halo, Counter Strike en Medal of Honor u iets? Nee? Het zijn action video games, videospelletjes die elk in miljoenen exemplaren over de – virtuele – toonbank zijn gegaan. Honderdduizenden pubers en volwassenen spenderen grote delen van hun tijd om hun talent te meten met geprogrammeerde of, via internet, levende tegenstanders. 

gewoonwilly.nl

Misschien heeft u zelf wel eens zo’n videospel gespeeld, of een (klein)kind het zien doen? Dan weet u dat er veel onvoorspelbare gebeurtenissen plaatsvinden: plotseling duikt er uit een hoek een tegenstander op die onmiddellijk onschadelijk moet worden gemaakt; kogels en raketten moeten ontweken worden; om iedere hoek schuilt gevaar. En dat niet alleen: bij veel van deze spelletjes is het essentieel om sterk gelijkende, maar niet identieke, prikkels van elkaar te kunnen onderscheiden. Beelden die grote overeenkomsten vertonen, maar die op basis van minimale verschillen toch onderscheidend zijn. Dat contrast bepaalt of het een vriend of vijand betreft, of je zult winnen of verliezen, of je blijft leven of zult sterven (virtueel althans). Kortom, deze spellen vereisen niet alleen snelheid, accuratesse en concentratie, maar de belangrijkste vaardigheid is het bliksem-snel een zwak signaal (de minimale verschillen tussen vijand en kameraad bijvoorbeeld) kunnen onderscheiden van de achtergrondruis (zoals obstakels, bewegende voertuigen, andere soldaten). 

Dat het spelen van videogames bijzondere vaardigheden vereist, is een aantal befaamde onderzoekers niet ontgaan. En zij trotseerden het voor de hand liggende vooroordeel dat het spelen van dergelijke spelletjes verwerpelijk, slecht, immoreel, afstompend en zinloos zou zijn. Want is dat niet de eerste associatie die velen met dergelijke videospelletjes hebben? Gelukkig zijn er ook mensen die er anders over denken, want zij hebben in zorgvuldig uitgevoerde studies aangetoond dat het beoefenen van deze spelletjes helemaal niet slecht voor de spelers ervan is. Integendeel. 

Een van de eerste studies stamt uit 2003 en is gepubliceerd in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Nature. Blijkbaar wisten de redacteuren ervan de studie op waarde te schatten. De onderzoeksters, Green en Bavelier van de universiteit van Rochester in New York, waren met name geïnteresseerd in de effecten van het videospelen, of gamen, op verschillende cognitieve vaardigheden, in het bijzonder de mogelijkheid een zwak signaal te ontwaren in een zee van ruis. Zo lieten zij de proefpersonen een test doen waarbij ze een figuur te zien kregen (een vierkantje bijvoorbeeld) en daarna moesten zien of zo’n figuur te vinden was tussen een aantal verschillend gevormde blokjes. Anders gezegd, zij testten de proefpersonen op hun vermogen één signaal uit ruis te onderscheiden. Deze proef was zo ontworpen dat de moeilijkheidsgraad gemakkelijk kon worden opgevoerd. Het onderzoek bestond uit twee groepen jongeren die gedurende tien dagen een uur per dag werden getraind in een videospelletje. Ze werden voorafgaande aan de training getest en daarna. Negen van hen speelden Medal of Honor: Allied Assault, dat het strijdtoneel van de Tweede Wereldoorlog simuleert. De speler is een soldaat en ziet de situatie letterlijk vanuit het gezichtspunt van de figurant. De controlegroep deed het spel Tetris, waar accuratesse en signaal-ruis-onderscheid niet van belang is, maar ooghandcoördinatie wel. Na afloop werden beide groepen opnieuw onderworpen aan de test met de figuurtjes. Wat bleek? De groep die het oorlogsspel had geleerd, presteerde veel beter wat betreft accuratesse, concentratie en het oppikken van verborgen signalen dan de groep die met de blokjes van Tetris had zitten oefenen. En dat na tien dagen spelen!

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *